|
Geachte redactie,
Naar aanleiding van het artikel “Parijse bogen in het Vliegenbos” in het Parool van 19/6 jl., het volgende:
Een goed idee, die bogen aan de entree van het Vliegenbos. Helaas zit het venijn in de staart, (van het artikel).
De bogen blijken onderdeel van de “vernieuwing” van het Vliegenbos.
Een natuurspeeltuin, een ontdekpad voor kleine kinderen en betere ontmoetingsplaatsen, moeten meer mensen het bos laten gebruiken.
Het is de typische redeneertrant van de dienst Ruimtelijke Ordening. Die luidt; “een groenvoorziening die niet bruikbaar is voor mensen heeft geen bestaansrecht”.
Ruimtelijke Ordening benaderd zulke problematiek inmiddels standaard op een ruimtelijke, (lees weidse), manier.
Men creëert onderdoorkijkgroen, (Bijlmerpark, Sloterplas, Noorderpark).
Ontwerpers, de aannemerij en ongeschoold onderhoudspersoneel vreten zich daarbij als termieten door het stedelijk groen.
Veel kort geschoren gras met hier en daar een boom blijkt ruimschoots aan de behoefte van de moderne stedeling te voldoen. One size fits all en voor onderhoud is kennis niet noodzakelijk.
De tragiek is enerzijds dat het Vliegenbos volledig in staat is om zichzelf te vernieuwen en dit doet het al decennia; terwijl anderzijds de dienst die verantwoordelijk is voor het beheer ervan, niet beschikt over daartoe geschoolde mensen. Men is daardoor niet in staat de inhoud van het bos voor gebruikers te ontsluiten.
Omdat groenbeheer een onbekend fenomeen is, beperkt onderhoud zich tot een variant op het clear cut systeem uit het neolithicum. Als je ruimte nodig hebt dan hak je het uit, (Tolhuistuin). Als het door overexploitatie versleten is, plant je nieuw aan.
Door het ontbreken van beheerkundig geschoold personeel is het sowieso onmogelijk om, bijv. in het kader van het algemeen belang, het voortbestaan van dit bos op langere termijn te garanderen.
Discussies over biodiversiteit, successie en (d)evolutie zijn bovendien te hoog gegrepen voor de beoogde doelgroep en de politiek verantwoordelijken.
Clientisme is hun sleutelbegrip, de Welzijnssector de motor en de Efteling het voorbeeld.
Dit West Europees oerbos met een landelijk potentieel van 1,2 miljoen ha., is inmiddels wereldwijd gereduceerd tot 24ha. Vliegenbos.
Daarvan is de afgelopen 50 jaar slechts 11ha. bebost gebleven, de rest is veranderd in; camping, sportterrein, gazon, vijver en parkeerterrein.
Onze stedelijke overheid heeft daar geen boodschap aan. Steeds was het excuus hetzelfde; “ach het gaat maar om een klein stukje”.
De waarde van het bos ligt op het zintuiglijke vlak, elke plant en elk dier heeft bovendien zijn eigen waarde, onafhankelijk van de aanwezigheid van de mens.
Probeer dat maar te verkopen als stompzinnigheid de boventoon voert.
R.A. Repko, De Groenen stadsdeel Noord.
|